InDat - een geschiedenis van 30 jaar (vervolg)

lees terug

De juridische achtergrond van de vrije werker

De kwestie werd aanhanig gemaakt bij de toen nog van de belastingdienst gescheiden bedrijfsvereniging (het GAK) en een jarenlange juridische strijd was het gevolg.
Uiteindelijk besliste de bedrijfsvereniging in 1991 (!) in hoger beroep na uitvoerig onderzoek ter plaatse dat van een arbeidsovereenkomst of van een dienstverband als in de arbeidswetgeving is bepaald geen sprake kon zijn. Doorslaggevend was inderdaad het zelfbeschikkingsrecht van de oproepkrachten over wanneer en hoe lang zij wilden werken. De belastingdienst heeft zich bij dat oordeel aangesloten en sindsdien telkenmale na een controle de uitspraak herbevestigd, de laatste keer in 2006.
Vanaf toen hoeft InDat slechts na afloop van het kalenderjaar aan de belastingdienst opgave te doen van de vergoedingen die ieder van de oproepkrachten in het jaar heeft ontvangen. Op de vergoedingen aan de oproepkrachten hoeft InDat sinds het besluit van de bedrijfvereniging en belastingdienst geen inhoudingen meer te plegen.

Nu de term oproepkracht niet meer goed van toepassing was, moest er een nieuwe naam bedacht worden en is de term "vrije werker" ontstaan. Immers de vrije werker is vrij om al dan niet te werken.

Intussen ontwikkelde de computerwereld zich verder en deed internet zijn intrede.
Tot dan toe bestond de pool van vrije werkers voornamelijk uit mensen die in de buurt van de beide vestigingen in Groningen en Utrecht woonden, maar nu men zich via internet kon opgeven en het werk vaak online gedaan kon worden, konden mensen uit de hele Benelux zich opgeven voor de pool en hebben dat ook massaal gedaan. Begin 2014 staan ca 8000 mensen bij de pool voor vrije werkers ingeschreven en het aantal groeit nog dagelijks.

Het ontstaan van de kantoorhulp

In de loop der jaren werden de computertoepassingen steeds ingewikkelder en namen steeds meer een centrale plaats in binnen bedrijfsorganisaties.
Als gevolg daarvan steeg de behoefte om de data entry ter plaatse op kantoor van de opdrachtgever te laten invoeren in plaats van dat extern te laten doen en vervolgens de aangemaakte bestanden te moeten importeren in de applicatiebestanden op kantoor.
Dus nam de vraag toe naar datatypisten die niet thuis of bij InDat het invoerwerk deden, maar bij de opdrachtgever op kantoor het werk konden komen doen.
In toenemende mate werden datatypisten bij de opdrachtgevers ingezet, maar ook dan is het concept van de vrije werker gehandhaafd. Dus ook bij de opdrachtgevers blijft de afwezigheid van een gezagsverhouding gehandhaafd.
Al snel kwamen de verzoeken of de als datatypist binnen gekomen vrije werker ook beschikbaar was voor andere werkzaamheden dan pure data entry.
Daarmee dekte de term "datatypist" niet meer het soort werk en is de naam "kantoorhulp" in het leven geroepen.

Door de ontwikkelingen van internet en het gemak waarmee tegenwoordig op afstand gewerkt kan worden met pc's, programma's en bestanden is, analoog aan het nieuwe werken, een nieuwe categorie thuiswerkers ontstaan: de kantoorhulp die voornamelijk als thuiswerker de werkzaamheden uitvoert.

De laatste ontwikkeling is dat het concept vrije werker steeds breder bekend wordt en vrije werkers ook ingezet worden buiten de kantooromgeving, bijv. in de horeca en als chauffeur.

De praktijk van de laaste jaren is dat de werkzaamheden van InDat zijn ge-evolueerd tot uitsluitend arbeidbemiddeling (opdrachtgever en vrije werker bij elkaar brengen) en een betaalservice voor opdrachtgever en vrije werker door aan de hand van de ingeleverde werkbriefjes de vrije werker te betalen voor de werkzaamheden die hij ten behoeve van opdrachtgever heeft uitgevoerd. InDat heeft geen bemoeienis meer met de inhoud van de werkzaamheden van de vrije werker, niet met de hoogte van de uurvergoeding voor de vrije werker en niet met de werktijden van de vrije werker.
Rode draad door de hele ontwikkeling van InDat is dat InDat steeds heeft gereageerd op de feitelijke gang van zaken en daar zijn werkwijze aan heeft aangepast; eerst op de onzekerheid over de levering door opdrachtgevers bij data entry, op de behoefte aan ad hoc werkkrachten op vooraf niet bekende tijden voor niet vooraf bekende hoeveelheid werk (dus maximale flexibiliteit) en als laatste op de praktijk dat opdrachtgever en vrije werker onderling afspreken hoe en wanneer (en soms ook door wie) de werkzaamheden worden uitgevoerd.